Over de aansluiting van onderwijs op de arbeidsmarkt is de laatste jaren al veel gezegd en geschreven. Met name de beroepspraktijkvorming (BPV) als onderdeel van het beroepsonderwijs is voor veel praktische beroepen een belangrijke voorbereiding van studenten op de arbeidsmarkt. Toch is massale invoering van duaal leren uitgebleven, ondanks meerdere onderzoeken en conferenties in het verleden die positief advies uitbrachten over de combinatie werken en leren.
Werkend Leren of Lerend Werken
Volgens de geldende onderwijswetgeving kan het Secundair Beroepsonderwijs (SBO) op twee manieren worden aangeboden. Namelijk in de vorm van Werkend Leren, waarbij minimaal 50% van de opleiding bestaat uit BPV, of in de vorm van Lerend Werken, met tenminste 25% en maximaal 50% BPV. Let wel, bovenstaande zijn reguliere leerroutes van het SBO, niet te verwarren met de term “Leer-werktrajecten”. Die term wordt vooral gebruikt voor trajecten waar jongeren aan deelnemen zonder startkwalificatie of baan, om hen via intensieve training en ondersteuning, te begeleiden richting arbeidsmarkt.
De voordelen van duaal leren
Een combinatie van werken en leren tijdens de beroepsopleiding kent veel voordelen. Jongeren volgen lessen op school en doen onder begeleiding ervaring op bij een leerbedrijf. Het bedrijfsleven krijgt de kans om rechtstreeks invloed uit te oefenen op de te ontwikkelen competenties en de student kan de geleerde theorie in de praktijk toepassen. Ervaren en bij voorkeur, getrainde krachten, geven feedback op het functioneren en fungeren als rolmodel. Maar ook in sociaal opzicht kan er veel geleerd worden. Werknemersvaardigheden en een goede beroepshouding worden bevorderd. Denkt u aan discipline op de werkvloer, samenwerken, leren omgaan met feedback en werken volgens een planning. En soms komt een student tijdens de BPV periode tot de conclusie dat werken in de gekozen richting toch heel anders is of minder goed past dan wat hij of zij ervan verwacht had. Werkgevers geven aan dat jongeren soms geen idee hebben waar ze op solliciteren, wat een functie inhoudt en wat er van hen verwacht wordt. Ervaring en indrukken, opgedaan tijdens de BPV-periode, dragen bij aan realistische verwachtingen van banen en bedrijven.
Samenwerken & kwaliteit
Kenmerkend voor het beroepsonderwijs is de combinatie van theorie en praktijk, van kennis en vorming. Hiervoor is samenwerking en afstemming noodzakelijk tussen de onderwijsinstellingen, studenten en bedrijfsleven. Dat is dan ook een belangrijke voorwaarde: samenwerken. Alsmede de kwaliteit van het leerbedrijf, de afspraken die gemaakt worden over taken, verantwoordelijkheden en leerdoelen en de begeleiding door de school.
Het concept Werkend Leren is niet nieuw en een aantal opleidingen wordt in deze vorm ook met succes op Curaçao aangeboden. Maar van een centrale aanpak of beleid is geen sprake. Scholen zien het belang van werkend leren in, maar niet alle scholen beschikken over voldoende capaciteit om kwalitatieve leerbedrijven te werven en zorg te dragen voor de noodzakelijke organisatie en facilitering. Een recent initiatief vanuit de private sector om als bemiddelend werkgever leerbedrijven te werven en jongeren te plaatsen komt maar moeizaam van de grond. De kosten zijn hoog en middelen voor incentives worden niet beschikbaar gesteld.
Voor bijna 4000 studenten op Curaçao start deze week het nieuwe schooljaar op één van de SBO-scholen. Opnieuw een schooljaar zonder centrale regelgeving met betrekking tot de kwaliteit van de BPV of ondersteuning voor de scholen voor de werving of organisatie. Het Kenniscentrum Beroepsonderwijs Bedrijfsleven Curaçao (KBB) is gesloten en de Raad voor Onderwijs en Arbeid (ROA) is na een kort bestaan al jaren niet meer operationeel en nog steeds in afwachting van heroprichting. Al tien jaar worden versies van een landbesluit met betrekking tot de kwaliteit van de BPV herschreven en aangepast. Het is steeds gebleven bij concepten.
Het wordt tijd voor implementatie.
Gofrie van Lieshout
Projectleider Werk & Ondernemerschap